Getallen & verbanden

Getallen en algebra

Klas 1 · Klas 2 · Klas 3

  • ✓By the end of this lesson students will be able to perform calculations with negative numbers.
  • ✓By the end of this lesson students will be able to simplify algebraic expressions by combining like terms and removing brackets.
  • ✓By the end of this lesson students will be able to solve linear equations using the balance method.
  • ✓By the end of this lesson students will be able to apply the rules for operations with integers and algebraic terms correctly.
  • ✓By the end of this lesson students will be able to check their solutions for linear equations.

Key concepts

Negatieve getallen

Negatieve getallen zijn getallen kleiner dan nul. Ze worden vaak gebruikt om schulden, temperaturen onder nul of hoogtes onder zeeniveau aan te duiden. Op een getallenlijn liggen negatieve getallen links van nul. Bij het optellen en aftrekken van negatieve getallen gelden specifieke regels. Bijvoorbeeld: 'min min' wordt 'plus' (a - (-b) = a + b). Bij vermenigvuldigen en delen geldt: 'plus keer plus is plus', 'min keer min is plus', 'plus keer min is min', 'min keer plus is min'.

Algebraïsche uitdrukkingen

Een algebraïsche uitdrukking is een combinatie van getallen, variabelen (letters) en bewerkingstekens (+, -, ×, :). Een variabele stelt een onbekend getal voor. Termen zijn de delen van een uitdrukking die gescheiden worden door een plus- of minteken. Gelijksoortige termen zijn termen die dezelfde variabele(n) met dezelfde exponent(en) hebben (bijvoorbeeld 3x en 5x). Je kunt een algebraïsche uitdrukking vereenvoudigen door gelijksoortige termen samen te voegen. Haakjes in een uitdrukking werk je weg met de distributieve eigenschap: a(b+c) = ab + ac. Let goed op mintekens voor haakjes: -(a+b) = -a - b.

a(b+c) = ab + ac
Lineaire vergelijkingen

Een lineaire vergelijking is een vergelijking waarin de hoogste macht van de variabele 1 is (bijvoorbeeld x, niet x²). Het doel is om de waarde van de variabele te vinden die de vergelijking waar maakt. Dit doe je met de balansmethode: wat je aan de ene kant van het isgelijkteken doet, moet je ook aan de andere kant doen. De stappen zijn meestal: 1. Haakjes wegwerken. 2. Termen met de variabele naar één kant van de vergelijking brengen. 3. Constante termen naar de andere kant brengen. 4. Delen door de coëfficiënt van de variabele om de variabele te isoleren.

Key facts to remember

  • 1Bij 'min min' wordt het 'plus': a - (-b) = a + b.
  • 2Bij vermenigvuldigen en delen met negatieve getallen geldt: gelijk teken geeft plus, ongelijk teken geeft min.
  • 3Alleen gelijksoortige termen (dezelfde variabele(n) met dezelfde exponent(en)) mogen bij elkaar worden opgeteld of van elkaar worden afgetrokken.
  • 4Haakjes wegwerken doe je door elke term binnen de haakjes te vermenigvuldigen met de factor ervoor (distributieve eigenschap).
  • 5Een minteken voor haakjes verandert de tekens van alle termen binnen de haakjes: -(a+b) = -a - b.
  • 6Bij het oplossen van vergelijkingen gebruik je de balansmethode: wat je aan de ene kant doet, doe je ook aan de andere kant.
  • 7Het doel bij het oplossen van een vergelijking is om de variabele te isoleren (bijvoorbeeld x = ...).

Worked examples

Example 1

Bereken: -7 + 4 - (-5) × 3

IVoer eerst de vermenigvuldiging uit (volgens de volgorde van bewerkingen): (-5) × 3 = -15.
IIDe uitdrukking wordt dan: -7 + 4 - (-15).
IIIVerander 'min min' in 'plus': -7 + 4 + 15.
IVVoer de optellingen en aftrekkingen van links naar rechts uit: -7 + 4 = -3.
VVervolgens: -3 + 15 = 12.

Answer

12

Denk altijd aan de volgorde van bewerkingen: eerst haakjes, dan machten/wortels, dan vermenigvuldigen/delen, dan optellen/aftrekken.

Example 2

Vereenvoudig de uitdrukking: 3(4x - 2) - (6x + 5)

IWerk eerst de haakjes weg. Vermenigvuldig 3 met elke term binnen de eerste haakjes: 3 × 4x = 12x en 3 × -2 = -6. Dit geeft: 12x - 6.
IIWerk de tweede haakjes weg. Het minteken voor de haakjes betekent dat je elke term binnen de haakjes vermenigvuldigt met -1: -(6x) = -6x en -(+5) = -5. Dit geeft: -6x - 5.
IIIDe uitdrukking wordt nu: 12x - 6 - 6x - 5.
IVCombineer gelijksoortige termen: (12x - 6x) + (-6 - 5).
VVoer de optellingen en aftrekkingen uit: 6x - 11.

Answer

6x - 11

Let extra goed op het minteken voor de haakjes; dit verandert de tekens van alle termen binnen die haakjes.

Example 3

Los de vergelijking op: 5x + 8 = 2x - 10

IBreng alle termen met 'x' naar één kant van de vergelijking. Trek 2x af van beide kanten: 5x - 2x + 8 = 2x - 2x - 10. Dit wordt: 3x + 8 = -10.
IIBreng alle constante termen naar de andere kant. Trek 8 af van beide kanten: 3x + 8 - 8 = -10 - 8. Dit wordt: 3x = -18.
IIIDeel beide kanten door de coëfficiënt van x (dat is 3): 3x / 3 = -18 / 3.
IVDit geeft: x = -6.

Answer

x = -6

Je kunt je antwoord controleren door x = -6 in de oorspronkelijke vergelijking in te vullen: 5(-6) + 8 = -30 + 8 = -22. En 2(-6) - 10 = -12 - 10 = -22. Omdat -22 = -22, klopt het antwoord.

Common mistakes

  • ✗Fouten maken met mintekens, vooral bij 'min min' of bij het wegwerken van haakjes met een minteken ervoor (bijv. -(x-3) wordt -x-3 in plaats van -x+3).
  • ✗De volgorde van bewerkingen niet correct toepassen, bijvoorbeeld optellen/aftrekken vóór vermenigvuldigen/delen.
  • ✗Niet alle termen vermenigvuldigen bij het wegwerken van haakjes (bijv. 2(x+3) wordt 2x+3 in plaats van 2x+6).
  • ✗Niet alle gelijksoortige termen samenvoegen of ongelijksoortige termen proberen samen te voegen (bijv. 3x + 2y = 5xy).
  • ✗De balansmethode niet correct toepassen bij vergelijkingen, door een bewerking alleen aan één kant van het isgelijkteken uit te voeren.

Exam tips

  • ★Lees de vraag goed en controleer of je alle onderdelen hebt beantwoord.
  • ★Werk stap voor stap en schrijf je tussenstappen duidelijk op. Dit helpt bij het vinden van fouten en levert vaak deelpunten op.
  • ★Controleer je antwoord bij vergelijkingen door de gevonden waarde in de oorspronkelijke vergelijking in te vullen.
  • ★Let extra goed op de mintekens; dit is een veelvoorkomende bron van fouten. Gebruik eventueel een kladblaadje voor complexe berekeningen met negatieve getallen.

Ready to practise?

Try a problem on this topic

Snap a photo or type a question — get step-by-step working instantly.